Marcel . : Chez Toit / ANGELS, SAVAGES & WHEELS: BIKER FILMS



CHEZ TOIT / ANGELS, SAVAGES & WHEELS: BIKER FILMS

Op het dakterras van de†Beurschouwburg kan je in juni weer een aantal guilty pleasures savoureren. Een sixpack bij de hand, het geraas van motoren en de geur van benzine: kom acht zomeravonden lang genieten van de meest uitzinnige bikerfilms. Ook tijdens de weekends kan je op het dakterras een glas komen drinken met zicht op de Brusselse skyline. Een unicum!


Ronkende motoren, gepolijst chroom
, macho-bendeleiders in zwart leer gehuld, seksueel geladen dreiging... Ziedaar een aantal ingrediŽnten van de archetypische biker movie. In de jaren vijftig is dit filmgenre vooral gericht op tieners, maar in de sixties vallen de babyboomers massaal voor de stoere motorrijders. De moraal van het verhaal is steeds gericht tegen het conservatieve, kleinsteedse Amerika. Bij Chez Toit krijg je een staalkaart van het allerbeste en het meest groteske uit het genre te zien. Van cultklassiekers over Hellís Angels-idolatrie tot woeste parodieŽn. Genieten!

De bikerfilm, een typisch Amerikaans fenomeen, vond zijn oorsprong in de zogenaamde teen exploitation films van de jaren vijftig. Onafhankelijke producenten en lowbudget-filmmakers ontdekten voor het eerst dat tieners een potentieel zeer lucratieve afzetmarkt vormden. Films als Rock Around The Clock, Reform School Girl, Untamed Youth, of Hot Rod Gang werden naar de goegemeente toe gepropageerd als donderpreken tegen jeugdcriminaliteit en onaangepast gedrag, maar tegelijkertijd koketteerden ze natuurlijk maar al te graag met de verboden sensaties van seks en drugs en rock-íní-roll en voorzagen zo het jonge volkje van een gesublimeerde vorm van rebellie.


The Wild One uit 1954, een typevoorbeeld van een dergelijke juvenile delinquency film, was de voorloper aller biker movies. Een jonge Marlon Brando in de rol van nihilistische motorbendeleider plaveide de weg voor een nieuw subgenre, dat zijn hoogtepunt zou kennen in de woelige jaren zestig. Veel van de latere genreconventies zijn hier al aanwezig: de fascinatie met ronkende motoren, gepolijst chroom, zwart leer en andere merktekens van virulent machismo, de bendeleider als een primitieve en authentieke Beatnikfilosoof, de outsidermarginaliteit en de seksueel geladen dreiging, steevast gericht tegen de provinciale rechtschapenheid en het conservatisme van kleinsteeds Amerika.


Toch duurde het tot midden jaren zestig voordat de bikerfilm definitief in het drive-in- en grindhousecircuit doorbrak. Toen pas viel het genre perfect samen met de ontluikende puberteit van de nieuwe generatie babyboomers en sloot het naadloos aan op de heersende anti-establishment-tegencultuur.

Te midden van het sociale oproer van rassenrellen, links radicalisme en protest tegen de Vietnamoorlog stond het gevleugelde doodshoofdinsigne van de Hellís Angels Motorcycle Club synoniem voor de meest sombere angsten van mainstream Amerika. Met hun lange haar, nazimotieven, Leviís-jeans en brullende choppers waren ze een symbolische uitdrukking van provocerend nonconformisme, enerzijds gebrandmerkt als de kwaadaardige bÍte noire van de beschaafde burgermaatschappij, anderzijds geromantiseerd door de opkomende tegencultuur als iconen van rauwe spirituele vrijheid.


Hoe dan ook, vanaf 1965 waren de Hellís Angels niet uit het nieuws weg te branden. Zo viel B-filmmaestro Roger Cormanís blik op een foto in Life Magazine van de indrukwekkende begrafenisprocessie met duizenden motors ter ere van de overleden leider van de Sacramento Hellís Angels, ĎMotherí Miles. Hij kreeg het briljante idee om deze outlaw-motorbende tot het onderwerp van een speelfilm te maken. Het resultaat was The Wild Angels (1967), de moeder aller bikerfilms. Peter Fondaís speech ĎWe wanna be free to do what we wanna do. To ride our machines without being hassled by The Man. And we wanna get loadedí raakte de juiste snaar bij het jeugdige bioscooppubliek. Het enorme box office-succes leidde algauw tot een succesformule en de release van niet minder dan vijftien films in de volgende twee jaar. Dit alles culmineerde in 1969 met Easy Rider, een film Ė meer nog, een rituele kijkervaring Ė die als geen ander de Zeitgeist wist te vatten en door de jonge generatie werd gezien als een realistische reflectie van hun hoop op bevrijding en hun afkeer voor de gevestigde orde.

Tegen dan begon de motor van de machine echter te sputteren. 1970 luidde het begin van het einde in, maar niet zonder een korte en bloedige epiloog, waarin de motorbendes zich van hun meest destructieve zijde lieten zien in extreme exploitation-films zoals Satanís Sadists en Hellís Bloody Devils. Dat had veel te maken met het feit dat tegen het einde van de jaren zestig de mythologie keihard onderuit werd gehaald door de realiteit. Zo eindigde de lange Summer of Love definitief in Altamont, het Woodstock van de Westkust, toen de Hellís Angels die waren ingehuurd door The Rolling Stones om de veiligheid te bewaken tijdens een gratis concert een zwarte toeschouwer neerstaken op de tonen van ĎSympathy For The Devilí. Hellís Angels waren niet langer onschuldige symbolen van rebellie, maar toonden hun ware gelaat: een bende reactionaire chauvinisten, gewelddadig, racistisch, homofoob en misogyn.

Anderzijds zochten producenten wanhopig naar nieuwe varianten op de uitgemolken formule en experimenteerden lustig met genre-crossovers: biker/blaxploitation in The Black Angels, biker/horror in Werewolves On Wheels en Psychomania, tot zelfs travestiebikers toe met The Pink Angels. Maar de finale doodsteek werd gegeven door films als The Loosers, waarin Uncle Sam een bende bikers op soldatenreddingsmissie in Cambodja stuurt. In deze en andere films werd het archetype van de outlaw-biker gerehabiliteerd als een embleem van Americana, gecoŲpteerd door dezelfde mainstreamcultuur die het nog even daarvoor had verafschuwd.

Filmselectie:
Dirk van Extergem, vzw Marcel

Meer info:†

www.offscreen.be

Beursschouwburg


© MARCEL 2004 - Contact Marcel / Webdesign NETLASH